mijn eerste baby motivatie
Johannes Albertus Sneekes is geboren als tweede kind van Pieter Sneekes en Cornelia van Luijt. Al heel vroeg werd duidelijk dat hij wilde gaan studeren en hij wilde missionaris worden. Hij doorliep met groot gemak de lagere school. Toen hij 7 jaar was (in 1924) werd een schoolfoto gemaakt. Op 12 jarige leeftijd ging hij naar het seminarie in Driehuis .
Beverwijk 1917
Beverwijk: Hij is geboren te Beverwijk op 01-01-1917 Driehuis: Intrede Apostolische school met zes klassen op 3 september 1930. - Sexta : (1930/31) - Quinta : (1931/32) - Quarta : (1932/33) - Tertia : (1933/34) - Poësis : (De secunda) (1934/35) - Rhetorica : (welsprekendheid en disputatio) (1935/36) Berg en Dal: Studiejaar Noviciaat : 1936/1937 Postulaat intrede : 19 augustus 1936 Gekleed : 20 september 1936 Eerste professie : 21 september 1937 Arnhem: Studie Philosofie : van 1937 tot 1939 Stein: Studie Theologie : 1939/40, 40/41, 41/42, 42/43. Eeuwige professie : 21 september 1940 Kleine wijdingen : 10 augustus 1940 en 22 december 1940 Subdiaconaatswijding : 20 december 1941 Diaconaatswijding : 21 december 1941 Priesterwijding : 10 augustus 1942 Arnhem: Na 4 jaar Stein studeerde hij van 1943 tot 1944 in Arnhem. Rotterdam: Zijn primaire werkdoel was de missie maar door oorlogsomstandigheden verrichtte hij bekeringswerk voor Una Sancta in Rotterdam van september 1944 tot september 1948. Op 26 september 1948 was het afscheidsfeest voor het vertrek naar de missie.
Nieuw Guinea, Irian Jaya, Irian Barat (West Nieuw Guinea) Vertrek: Op 9 oktober 1948 gaat hij met de 'Willem Ruys' uit Rotterdam naar Nieuw Guinea waar hij gedurende 33 jaar missionaris was in het gebied der Marind-Anim van 1948 - 1950, 1959 te Okaba. Onder zijn leiding (van 1950-1962) werd het gedeeltelijk geopend Moejoe gebied verder ontsloten. Januari 1951 benoemt hij in Boven Digoel een schoolbestuur. Hij bedient Mindiptana en bijstaties met zuster internaat. Hij woont te Mindiptana. Op 23 februari 1958 komt hij de eerste keer op verlof naar Nederland. Vertrek: naar Irian Barat op 17 januari 1959, Amsterdam, KLM. Standplaats te Okaba. Merauke: Van 1962 - 1975 was hij missie-overste in Merauke. Verlof naar Nederland op 12 februari 1964 (kapittel) Vertrek: naar Irian Barat op 15 juni 1964, Amsterdam, KLM Verlof: naar Nederland op 15 juli 1967, 25 jaar priester 10-08-1967 Vertrek: naar Irian Barat op 11 februari 1968 Verlof naar Nederland op 30 januari 1970 Vertrek: naar Irian Barat op 18 september 1970 Op verlof naar Nederland op 29 juni 1975 Vertrek naar Irian Jaya op 10 april 1976 Vertrek naar Nederland. Voorgoed op verlof op 16 juni 1980. Sittard: In zijn laatste verlof was hij tot aan zijn dood op 16-12-1996 pastoraal werkzaam in de H.Hart parochie Overhoven, Sittard. De H. Mis van requiem was in de H.Hart parochie Overhoven Sittard op 21 december 1996 Tilburg: Hij is begraven op het kerkhof van Missiehuis Tilburg MSC op 21-21-1996.
WANNEER mijn vele vrienden en bekenden uit Beverwijk en omgeving deze regels lezen bevind ik mij reeds in volle zee op de ‘Willem Ruys’, die mij uit het geliefde Holland naar het onbekende avontuur voor God voert, naar het afgelegen Nieuw-Guinea, het land van mijn idealen vanaf mijn jeugd, waarvan ik droomde toen ik mij geroepen voelde missionaris te worden en als kleine jongen bij u vandaan ging naar het Missiehuis Driehuis. De idealen gaan verwezenlijkt worden, dank zij de Zending die ik van mijn Overheid ontving, en gij, Beverwijkers zult een stadsgenoot hebben, die afscheid nam van vader en moeder, broers en zusters, van familie en vrienden, om in de barre binnenlanden van een geheimzinnig eiland aan koppensnellers en arme verlaten zielen, de boodschap van Christus te brengen, zoals die eens aan ons in Kennemerland door Sint Willibrord, Engelmundus en Adelbertus werd gebracht. Een grote taak wacht me, waarover ik mijmer op de boot. ER ZIJN echter ook andere gedachten, die mij bezig houden, en deze zijn op de eerste plaats aanleiding tot dit schrijven. Ik moet u danken voor de overweldigende grote sympathie, voor de betoonde belangstelling. Het is niet onder woorden te brengen, wat ge voor mij gedaan hebt. Van alle kanten ontving ik steun en giften. De stille gevers ontbraken daarbij niet. Een sterke verbondenheid met mijn goede stad heeft mij dit gegeven. Ik zal Beverwijk dan ook inderdaad nooit vergeten en ben u allen hartelijke dankbaar. Onder de H. Mis verbonden met uw en mijn God, zal ik niet nalaten voor u om veel zegen te vragen, voorspoed en geluk, levensvreugde en levensmoed, opdat het Beverwijk goed moge gaan tot in lengte van dagen. Het is een gezegende stad met een rijk leven. Vele goed en mooie herinneringen neem ik mee naar de rimboe. Onnodig te zeggen, dat ook mijn ouders van wie ik voor tien lange jaren gescheiden ben, veel troost hebben ondervonden van uw aller belangstelling en sympathie. AAN DE REDACTIE van De Kennemer heb ik beloofd zo nu en dan een stukje rimboe-geschiedenis voor de krant te zullen schrijven. Deze belofte zal ik gaarne nakomen, al was het alleen maar om het contact met U allen te bewaren. Het zal echter waarschijnlijk wel drie of vier maanden duren, voor ik op mijn post zal zijn. Ik ben nu op weg naar Batavia, hedenmorgen vertrokken, vandaar naar Merauke en dan verder naar mijn standplaats is een reis die zeker niet vlot verloopt, gezien de gecompliceerde toestand in Indië. We gaan echter moedig voorwaarts en zullen alle moeilijkheden overwinnen. De goede God moge u allen rijkelijk zegenen. Vaart allen wel en leeft gelukkig. Pater J. SNEEKES, m.S.C Toekomstig adres: Missiepost Merauke Nieuw-Guinea. N.O. Indië
Nieuw Guinea
.Vrienden, vaart allen wel. Een groet vanaf de “Willem Ruys”
50 jaar priester, 10 augustus 1992
Van onze verslaggever – augustus 1992 Sittard Als pater J. Sneekes van de Sittardse parochie Overhoven in 1981 geen suikerziekte gekregen had, dan vierde hij deze maand zijn gouden jubileum in Nieuw- Guinea. Daar werkte hij 35 jaar als missionaris. “Dat was het echte leven” zoals hij zelf zegt. “De Papoea’s waren aardige mensen, alleen een beetje wild: ze snelden nogal eens koppen.” Tegenwoordig is de inmiddels 75 jarige pater Sneekes zielzorger in Sittard. Samen met collega W. Vergouwen doet hij de kerkdiensten. Ik zwerf wat rond en bezoek de zieken. Wil je als priester iets bereiken, dan moet je vooral goed luisteren. “Je moet belangstelling tonen voor zieken, niet vertellen hoe druk je het hebt”, vertelt hij. “Luisteren was zeker ook belangrijk in Nieuw-Guinea. Ik moest eerst bevriend raken met de mensen en hun denkwijzen leren kennen. Pas later kon ik ze over God vertellen. Zij geloofden in de maan en de wind. En ook in een oerkracht, wat ze de onnoembare noemden. Toen ze mij vroegen hoe ik die oerkracht noemde, vertelde ik ze dat ik daar mijn Mijn Vader tegen zei. Boekjes Over zijn tijd als missionaris heeft Sneekes twee boekjes gescheven. Het eerste heet Hadden ze ons maar wild gelaten . Een vreemde titel voor iemand die andere de westerse beschaving wil bijbrengen. In het boek levert hij dan ook kritiek op deze stelling. Hij vindt dat het westen naast problemen als criminaliteit en milieuvervuiling ook positieve kanten heeft, zoals een goede gezondheidszorg. De titel van het tweede boek is mogelijk nog vreemder: Mijn eerste baby. Sneekes: “Als in Nieuw-Guinea een vrouw moest bevallen, overleefde ze dat vaak niet. Gewoonlijk werd het kind samen met de moeder begraven, omdat ze daar toch geen voeding voor hadden en omdat het kind geen toekomst had. Ik had blikjes melk voor mijzelf en heb ze gezegd dat ze mij voortaan moesten roepen als het weer zover was. Op die manier ‘kreeg’ ik mijn eerste baby. Een week later volgde de tweede. Als de kinderen wat groter waren, wilden de Papoea’s ze natuurlijk graag terug.” Dankbaar Samen met andere paters werkt Sneekes momenteel aan een archief over het missiewerk in Nieuw-Guinea. Het zal in het Indonesisch vertaald worden. “Dan weten ook de Papoea’s wat we gedaan hebben.” Jaarlijks komt de groep missionarissen waarmee Sneekes afstudeerde bijeen. Van de zeventien klasgenoten uit 1942 leven er nog acht. Sneekes: “Ondanks dat ik vrij gevaarlijk heb geleefd, ben ik toch vijftig jaar priester geworden. Daar ben ik God erg dankbaar voor.” Na de kerkdiensten zaterdag en zondag is er gelegenheid om de pater te feliciteren. Dan worden ook zijn twee boekjes gepresenteerd. In verband met zijn suikerziekte houdt Sneekes geen receptie. (aldus de krant in 1992) Uit zijn bidprentje Doordat de oorlog een vertrek naar de missie in de weg stond, begon pater Sneekes zijn eerste priesterjaren met het Una Sanctawerk in Rotterdam. Reeds daar manifesteerde zich zijn open en ontvankelijke houding waardoor hij voor velen toegankelijk was. Toen zich de gelegenheid voordeed, vertrok pater Sneekes naar zijn geliefde missie in Irian-Jaya. Daar begon hij aan de Zuidkust om zich na twee jaar als hoofdpastoor van het Moejoe gebied te vestigen in Mindiptana. Naast zijn pastorale taak zette hij zich met name in voor de ontwikkeling van het onderwijs in het Moejoe-ressort. Omdat hij in 1962 tot missie-overste werd benoemd, moest hij verhuizen naar Merauke. Ook daar bleven zijn mensen uit het Moejoe-gebied hem van heinde en ver opzoeken om wijze raad te vragen of anderszins geholpen te worden. In lange rijen stond men te wachten voor zijn deur en voor ieder had hij een woord van troost, van meeleven of bemoediging. Zijn grote inzet en toewijding hadden intussen zoveel van zijn krachten gevergd dat pater Sneekes in 1980 naar Nederland moest terugkeren. Rust gunde hij zichzelf niet en in de parochie Overhoven maakt hij zich velen tot vrienden door zijn bezoeken aan zieken en bejaarden en door de bezielende wijze waarmee hij ook kinderen en jeugd aansprak. Dat laatste deed hij eveneens door zijn verschillende publicaties, uitgebreide correspondentie en z'n telefoonpastoraat. Toen hij zijn einde voelde naderen, vroeg hij zelf om de sacramenten der ernstig zieken te mogen ontvangen. Zijn woorden tijdens die plechtigheid maakten diepe indruk op de aanwezigen. Woord achteraf: In zijn boekje: "Hadden ze ons maar wild gelaten" (1987, blz. 86) schrijft hij een woord achteraf. Treffend is de conclusie aan het einde van de tekst waarin hij duidelijk maakt dat zijn werk daar niet voor niets is geweest Vertelde men tot 1965 nog over koppensnellers, kannibalisme en kettingmoorden, daarna is die tijd voorbij en is het tijd voor een nieuw verhaal. Het werd mij o.a. verteld door Ambrosius: een man van 35 jaar, gehuwd een mooi gezin, werkzaam als verpleger in het ziekenhuis: "Toen ik nog een kleine jonge was, woonden wij in een dorpje van het Mandobegebied, ver van de hoofdpost Mindiptana, waar de pastoor woonde. Deze had gezegd dat ik op de school en het internaat van Mindiptana mocht komen..! Mijn vader en vooral mijn moeder voelden er niets voor, maar de goeroe drong aan. Tenslotte heeft mijn vader, samen met twee ooms, mij weggebracht; zij waren zwaarbewapend en we trokken door de donkere bossen met grote omzichtigheid en voorzichtigheid. Trouwens iedereen liep toen nog met pijl en boog, want er kon van alles gebeuren als men buiten het dorp kwam: wilde mensen!! En hoeveel jaren wandelen we nu al van het ene dorp naar het andere, we trekken vanuit ons eigen gebied naar de andere gebieden en we nemen dan echt "de pijl en boog" niet meer mee. Er is geen gevaar, onze kinderen worden niet meer bedreigd, zij gaan naar school zelfs in een verre vreemde stad: veel meisjes en jongens volgen de middelbare school en zelfs de universiteit is voor hen bereikbaar. Wij hebben onze eigen onderwijzers, onze eigen verplegers en verpleegsters, onze ambtenaren. We hebben al een eigen dokter en een pastoor. En de vrouwen gaan zelfs heel dikwijls voorop: veel meisjes werden zuster: Dochters van Onze Lieve Vrouw van het H.Hart! Heel ons leven is nu anders geworden - ook in onze dorpen waar we zelf een eigen parochieraad hebben, een dorpsraad waar overleg wordt gepleegd niet hoe wij elkaar naar het leven zullen staan en hoe we elkaar kunnen vermoorden. enz., maar hoe wij elkaar kunnen helpen en goed zijn voor elkaar. Wij zijn natuurlijk geen volmaakte mensen geworden maar we proberen "echte" en "goede" mensen te zijn!
Apostolische School Hier afgebeeld de kapel van Missiehuis Driehuis
Religieuzen die in Frankrijk en Duitsland hun eigendommen zien opgeëist door de staat, zoeken een heenkomen in Nederland; zo ook de Missionarissen van het heilig Hart (MSC). De komst van al deze vreemdelingen brengt echter onverwacht een toestroom van kandidaten voor het priesterschap en het religieuze leven op gang. Na een tijdelijke huisvesting achtereenvolgens in Haaren en in een van de wolfabrieken in Tilburg, wordt er in 1889 een blijvende oplossing gevonden: het Missiehuis. Gebouwd met de enthousiaste medewerking van de overwegend katholieke bevolking van Tilburg, draagt het de uiterlijke kenmerken van het reveil van die dagen. (www.misacor.nl)
Onze Lieve Vrouw van Goede Raad kerk in Beverwijk
De Moejoes en de Mandobo’s De Moejoes en de Mandobo’s wonen tussen de Digoel- en de Kaorivier
Missiegeschiedenis In 1933 opende Pater P.Hoeboer het Moejoegebied. Hij vestigde zich te Ninati. In 1943 verhuisde hij van Ninati naar Mindiptana, dat sindsdien het centrum van het Moejoe- gebied werd. Pater P. Drabbe kwam eveneens in 1943 naar Mindiptana om taalonderzoek te doen en hielp Pater P. Hoeboer bij de vorming van de eerste Moejoe-goeroes. Ook pater H. Tillemans, die wegens de oorlog verdreven was uit het Wisselmerengebied, kwam (in 1943) helpen. Met behulp van de Moejoe-Goeroes steeg het aantal katholieken van 643 (in 1939) naar 4000 (in 1945). Na de tweede Wereldoorlog, in 1946 werd pater P. Hoeboer vervangen door pater A. Drager. Het Moejoe-gebied werd verdeeld in parochies: Ninati, Kanggewot/Woropko, Metomka/Mokbiran en de hoofdstatie Mindiptana. In 1946 vestigden de paters C.van Kessel en W.Putman zich respectievelijk in Ninatie en Kangerot/Waropko. Onder leiding van Pater J. Sneekes (1950-1962) werd de rest van het Moejoe-gebied geopend, voornamelijk met Moejoe-katechisten en -goeroes. De dochters van O.L.Vrouw van het H.Hart kwamen in 1949 naar Mindiptana om te werken in een meisjes internaat, ziekenhuis en een huishoudschool. In 1955 ontdekte pater W. Thieman de Mandobo-bevolkingsgroep.
uit het proefschrift ‘Pater en Papoea’ door Dr. J.F.L.M. Cornelissen. (1988)
familie Sneekes 01-01-1917 Johannes Albertus Sneekes 16-12-1996 01-01-1917 Johannes Albertus Sneekes 16-12-1996 familie Sneekes
Frans’ website